-
Gepubliceerd op 27-08-2026
Maik helpt mensen op adem komen
Verpleegkundig consulent Maik geeft mensen letterlijk en figuurlijk lucht; hij rijdt het land door met apparatuur voor thuisbeademing en installeert dit bij mensen in hun vertrouwde omgeving. Ook leert hij mantelzorgers en zorgcollega’s om de apparatuur te bedienen.
Ei kwijt
Maik werkt alweer tien jaar bij het centrum voor thuisbeademing, maar zo voelt het niet. ‘Mijn oud-collega’s op de ambulance zeiden: na een maand kom je weer terug. Maar dat was niet het geval.’ Werken in de zorg doet hij al vanaf zijn zeventiende. ‘Dat staat op één. Je kunt er veel van jezelf in kwijt. Zorgen voor mensen, ze aandacht geven, maar ook snel handelen. Ik hou enorm van afwisseling en mijn werk bij de thuisbeademing is continu schakelen. Gelukkig zal het hier nooit saai worden’, lacht hij.
Wegwijs in thuisbeademing
De patiënten die Maik helpt, worden doorverwezen vanuit longgeneeskunde, neurologie of een ander specialisme. Daarna komen ze bij hem op de polikliniek en maakt hij ze als verpleegkundig consulent wegwijs in de thuisbeademing. ‘Op de poli leggen we nieuwe patiënten uit wat het inhoudt om lid te worden van onze club. Er verandert dan heel veel voor mensen. Ze komen bij ons als ze ademnood hebben en daar last van ondervinden in hun dagelijks leven. We starten na de kennismaking met een proefsessie beademing. Vaak zeggen patiënten dan: dit is wel heel fijn. Ze hebben zelf niet eens doorgehad hoe slecht ze ademen en hoeveel ze fysiek al hebben ingeleverd. Dat komt soms echt binnen, bij de patiënt en bij ons ook.’
Het einde bespreekbaar maken
Maik en zijn collega’s zien veel patiënten die in de eindfase van hun leven zijn. Autonomie in wat mensen wel en niet meer willen, vindt hij van groot belang. Net als openheid en duidelijkheid. ‘Soms maken mensen ook weleens de keuze: het is goed zo. Die keuze mogen patiënten ook maken. Ze weten: het eindigt ergens een keer.’
Dat bespreekbaar maken is een onderdeel van het werk, volgens Maik. ‘Het is iets wat ik vrij snel aankaart bij mensen. Als je dat een beetje pragmatisch benadert, dan komt dat gesprek meestal vanzelf. Patiënten vinden het ook een opluchting dat het besproken is en dat hun wensen duidelijk zijn. Het helpt iedereen dat degene die achterblijft niet met een hoop vraagtekens blijft zitten.’
Benieuwd naar jouw mogelijkheden?